Recap 5: p. 192-233
Toen Pemulis in de sectie van vorige week de ongelofelijk sterke DMZ op de kop tikte, kwam het al even voorbij als bijnaam voor die drugs: Madame Psychosis is de presentatrice van een ‘rabiaat populair’ radioprogramma dat o.a. Mario graag luistert. Ook kennen we haar naam als een van de actrices in de filmografie van James Incandenza, waaronder in de vele versies van Eindeloos vertier. In deze sectie luisteren we naar de uitzending van 22 op 23 oktober (maar we schakelen te vroeg in en pikken, zo begint deze sectie, nog het staartje mee van het programma daarvóór, een satirisch programma waarin luisteraars hun vaders mogen parodiëren met een cartoonstem) door de oren van afwisselend Mario en de geluidstechnicus van de nachtprogrammering. Terwijl die laatste aan allerlei knoppen draait houdt Madame Psychosis, vanachter een kamerscherm, haar enigmatische avant-gardistische radioshow die bestaat uit monologen die ‘zowel vrij-associatief als complex gestructureerd zijn, een beetje als nachtmerries’ (p.197). Ze behandelt onderwerpen van football tot cinema, maar de aflevering van vanavond bestaat uit een opsomming van alle mogelijke leden van de Bond van Onooglijk en Onwaarschijnlijk Misvormden. Terwijl Mario luistert krijgen we nog wat mee over de gang van zaken op E.T.A.: na James’ dood is vastgelegd dat een aantal medewerkers (waarin we namen kunnen herkennen die ook in zijn filmografie voorkomen) verzekerd zijn van levenslang werknemerschap aan de E.T.A. Ook leren we dat Avril niet houdt van afgesloten ruimtes en er daarom geen deuren zijn in het rectoraat waar ze woont (en er zijn tunnels naar haar werkkamer). Haar slaapkamer is naast die van Charles Tavis. Ook blijkt Avril de bibbers te krijgen van audio die niet ‘uit een levend lijfelijk hoofd komt’, dus Mario zet de radio zacht. Als Mario en Hal op het rectoraat gaan eten, max. twee keer per week, nemen ze soms John Wayne of Axford mee op wie Avril erg gesteld is; Pemulis en Schtitt gaan nooit mee. Deze avond gaat Hal eerder weg, om nog een halfuurtje van de heuvel te rennen en ‘stennis’ te maken.
Een volgende sectie gaat verder (na p. 146-147) met het in kaart brengen van het Enfield Marine Public Health ziekenhuiscomplex, dat eruitziet als ‘zeven manen die om een dode planeet cirkelen’. De dode planeet is het ziekenhuisgebouw zelf, dat buiten gebruik is, en de zeven units zijn als volgt in gebruik:
Eenheid nr. 1: instantie die Vietnam-veteranen met ‘zeer vertraagde posttraumatische stressstoornissen van advies zowel als van een verscheidenheid aan kalmerende medicijnen’ voorziet.
Eenheid nr. 2: een methadonkliniek onder toezicht van dezelfde dienst Misbruik van Verdovende Middelen die ook Ennet House onder zijn hoede heeft.
Eenheid 3: buiten gebruik maar wordt - luidruchtig - opgeknapt om te worden verhuurd.
Eenheid 4: bewaarplaats voor alzheimerpatiënten met een veteranenpensioen.
Eenheid 5: voor katatonische en vegetatieve gevallen in foetushouding, ookwel ‘De Schuur’ genoemd omdat de patiënten eerder daar in opslag lijken te zijn dan te leven.
Eenheid 6: Ennet House Drug and Alcohol Recovery House, met een mannenvleugel, een vrouwenvleugel, een in tegenstelling tot de rest van het gebouw smetteloos onderhouden kantoor aan de zuidgevel, en een achterdeur die strikt verboden is voor bewoners. Hier zitten bijvoorbeeld Tiny Ewell, Ken Erdedy, Kate Gomperts en Don Gately, die na zijn eigen behandeling als betaald Personeelslid is blijven inwonen.
Eenheid 7: staat leeg, berucht als plek om ongezien terug te vallen in middelengebruik. Dit gebouw is ingestort vanwege puin dat naar beneden kwam bij de aanleg van de tennisbanen op de top van de heuvel, waardoor de E.T.A. nog steeds de volledige huur moet betalen ‘over wat ze bijna hadden begraven’ (zie ook: (Minstens) drie hoeraatjes voor oorzaak en gevolg in de filmografie).
Vervolgens krijgen we - na een onderbreking in de vorm van een krachttrainingssessie bij Lyle aan E.T.A. - een opsomming van het soort dingen dat je leert als je ooit tijd doorbrengt in een afkickkliniek als Ennet House, waar de bewoners bidden om hun verstand letterlijk te verliezen. De opsomming loopt over in een opsomming van de tattoos van de bewoners (een obsessie van Tiny Ewell, want als je afkickt komt er een andere obsessie voor in de plaats). Aan de hand van deze tattoos zullen we in het vervolg af en toe personages kunnen identificeren.
Tot slot lezen we een scène in Pemulis’ kamer met Hal en Axford, die we kunnen situeren na het telefoongesprek van p. 182, als Pemulis terugkomt na het aanschaffen van het ongelooflijk sterke DMZ en hij Hal belt terwijl iedereen nog aan het lunchen is. Ze bestuderen de gekochte drugs, die volgens Pemulis in de jaren 70 zijn gebruikt in schimmige militaire experimenten, een effect heeft te vergelijken met ‘LSD die LSD neemt’, dat ertoe kan leiden dat je letterlijk je verstand verliest. Het lijkt Pemulis vermakelijk om de drugs stiekem door de Gatorade van medeleerlingen te mengen tijdens een van de aankomende toernooien. Maar ze besluiten het ongelofelijk sterke DMZ eerst zelf te testen. Pemulis heeft tijd nodig voor onderzoek en er moet genoeg tijd zijn om te herstellen van eventueel zware gevolgen. Het beste moment, zo concluderen ze, lijkt te zijn 20 en 21 november, het weekend voor Thanksgiving en het Whataburger-toernooi, waar Hal het tegen John Wayne zal opnemen. Tot die tijd ligt de DMZ in een oude tennisschoen verstopt in het systeemplafond van subslaapgang B.
De secties van deze week vormen samen een ‘hoofdstuk’, waarin, naast allerlei andere steeds terugkerende motieven, opsommingen/catalogiseringen/bibliotheken en religieuze toewijding aan het een of ander verbindende thema’s zijn. Ook een leuk feitje: op Pemulis’ kamer hangt een poster van een Sirpinski-driehoek, een wiskundige figuur die DFW naar eigen zeggen initieel gebruikte als structurering voor de roman (maar in het herschrijven is dit losgelaten).


Ook in deze sectie zit weer een passage waarmee ik, de betreffende passage voorlezend, al een paar keer succes oogstte: de krankzinnige opsomming van verschillende soorten en maten aan tatoeages. Geweldig.
De fobieën van Avril zijn opmerkelijk, wat is hier de dubbele bodem vraag ik mij af. Maar ik meen wel een referentie ontdekt te hebben tussen het levensverhaal van de Duitse avant-garde componist Karl-Heinz Stockhausen (de naam Stockhausen wordt even verder in het boek vermeld als een student die iets zingt wat door moet gaan voor opera (een verwijzing naar 'Licht' misschien, ook zo een allesomvattend werk?) wiens geestesziekte moeder een gelijkaardige fobie had voor radio zoals Avril hier. Overigens veroorzaakt het een fluittoon in haar (Avrils) hoofd... heeft zij misschien een of ander implantaat zoals JOI blijkbaar heeft, etc.? En nog een terzijde: er staat een interessante verschrijving op p.206.: 'de erotisten van Sint-Antonius i.p.v. 'ergotisten' (eerst dacht ik dat het ging over de verzoekingen van Sint-Antonius, maar het handelt eerder om een vergiftingsziekte door de 'ergotschimmel', zie ook de schimmel die Hal gegeten heeft als kind, en ook het hier vermelde DMZ). Betreffende de Siérpinski-driehoek: driehoeksverhoudingen genoeg in dit boek, tot en met de terugkerende vermelding van (nota bene Zwitserse, zie ook de Bolex-camera) Toblerone-chocolade, gekenmerkt door driehoekige blokjes.